Welkom bij de Maaslandse Kano Vereniging


Artikelen: Kanoslalom / Algemene informatie en geschiedenis

13-01-07 10:05 - Marc
Door: Marc van den Berg
Laatste update: 05-01-2006

 

Slalomvaarder in actie

Samenvatting

Kanoslalom is een wedstrijdsport welke bij voorkeur op wildwater wordt beoefend. De sport is nog relatief jong (ontstaan begin 20e eeuw) en uitgegroeid tot een olympische sport. Explosiviteit, perfecte techniek en concentratie zijn van groot belang. In Nederland beoefenen ongeveer 120 mensen van 10 tot 60 jaar de slalomsport waarvan enkele op het allerhoogste niveau. Het is een uitdagende moderne sport en de laatste jaren zit de sport in Nederland flink in de lift.

 

Inhoud

Geschiedenis

De eerste slalomwedstrijd werd op 11 september 1932 op een meer in Zwitserland gehouden. Een jaar later volgde de eerste wedstrijd op wildwater. Binnen vier jaar werden er ook wedstrijden in onder andere Duitsland, Italië en Oostenrijk gehouden.

Deze wedstrijden werden gekenmerkt door de basis van de slalomsport: het vermogen om op wildwater te varen. Het slalomvaren was een manier om vaardigheden op wildwater rivieren te trainen. Zo kende de sport tot in 1957 een hindernis welke bestond een rij van palen dwars over het water. Dit moest een ongevallen boomstam voorstellen welke de vaarweg gedeeltelijk blokkeerde. De vaarder moest hier omheen manoeuvreren (achteruit traverseren!).

Naast dat slalomsport geëvolueerd zou zijn uit het trainen van wildwater vaardigheden is er nog een andere overleving. Europese skieërs zouden namelijk geïspireerd zijn door de slalom discipline die deze sport kent. Hierbij bepalen poortjes ook de te volgen lijn. Als de sneeuw begon te smelten en de waterstand te stijgen, kon men zo mooi de overstap maken van skieën naar kanoën. Wat precies de waarheid is blijft onduidelijk. De meeste bronnen gaan echter uit van de ontwikkeling van wildwater varen naar de wedstrijd slalom van vandaag.

In de periode na de tweede wereldoorlog groeide de slalomsport moeizaam door tot een mondiale sport. Na enkele omwegen werden uiteindelijk internationale reglementen opgesteld en in 1972 was kanoslalom een demonstratiesport op de olympische spelen. Sinds 1992 is het een vast onderdeel van de zomerspelen en is slalomvaren een topsport op het allerhoogste niveau.

Regels

De deelnemers moeten een parcours bevaren bestaande uit maximaal 25 poortjes (minimaal 18). De poortjes bestaan uit 2 palen welke ongeveer 15 centimeters boven het wateroppervlak hangen. Er zijn twee soorten poorten: groene en rode poorten. De groenen poorten in de richting van de stroming gevaren worden (af). De rode moeten tegen de stroming in gevaren worden (op), hierbij moet de vaarder dus draaien:
Rood op en groen af:
MKV lid Mike Roelofs in actie.

(Apple Quicktime 7
of hoger benodigd)

De poorten mogen niet aangeraakt worden. Bij het tikken van een paal worden 2 strafseconden toegekend. Het missen of verkeerd bevaren (bijvoorbeeld verkeerde vaarrichting) van een poort krijgt de vaarder 50 strafseconden. Het parcours moet tweemaal afgelegd worden waarna de twee vaartijden samen met de strafseconden de eindtijd vormen.

Op de site van de International Canoeing Federation kun je het volledige internationale reglement nalezen.

Vaardster uit de K1 klasse
K1

Vaarder uit de C1 klasse
C1

Een C2 kano met vaarders
C2

Een wedstrijd ploeg in actie
Ploegen

Klassen

De slalomsport wordt beoefend in een aantal klassen:

In Nederland is de K1 klassen veruit de meest beoefende tak. De C1 en C2 klassen worden in Nederland sporadisch en (nog) niet op topniveau beoefend.

Wedstrijden

De jonge kanoslalom sport kwam al in Augsburg (Duitsland 1972) voor het eerst voor op het olympische programma, toen als demonstratiesport. Daarna duurde het tot 1992 (Spanje) voordat de sport wederom op het programma voor kwam. Sindsdien is kanoslalom een vaste olympisch sport. Ook in 2008 (China) en 2012 (Engeland) is slalom van de partij. Op dit olympische niveau wordt overigens door vrouwen alleen de K1 klassen beoefend.

Traditioneel zijn de oost Europese landen sterk. Duitsland, Tsjechië en Slowakije zijn landen die consistent hoog eindigen. Ook Frankrijk en Engeland zijn van vroeger uit sterk. Amerika en Canada doen sinds enkele decennia ook mee op het hoogste niveau. Nederland behoorde in het olympische jaar 2004 tot de top 5 landen (heren K1).

Het is niet ongebruikelijk dat de top tien bij wedstrijden binnen enkele seconden van elkaar finisht. Het aanraken van een poort (2 strafseconden) of een kleine afwijking van de ideale route kunnen dus grote gevolgen hebben. De sport is dus ook ongemeen spannend. De wedstrijdkanoër moet desondanks een zeer hoog concentratie niveau hebben om technisch perfect te presteren. Het psychische aspect van de wedstrijd sport weegt dan ook uitzonderlijk zwaar binnen het slalommen.

Materialen

De eerste slalomboten bestonden uit een houten frame omspannen met canvas. De peddels waren van hout en helmen en zwemvesten waren nog onbekend. De eerste modellen waren nog vouw kano's en later deden fiberglas/nylon boten hun intreden. Na vele experimenten en veranderingen in reglementen werden boten lichter, sterker en sneller. Met name de introductie van fiberglas als bouwmateriaal betekende een grote stap voorwaarts.

Inmiddels zijn Carbon (koolstof) en Kevlar de belangrijkste bouwmaterialen voor boot en peddel. Een K1 kano is minimaal 3,50m lang, 50cm breed en weegt minimaal 9kg. Prijzen voor een nieuwe slalomboot variëren van 600 tot 1500 euro.

 

Slalomwedstijd VKC (Waalre) 2004
Nederlandse slalomwedstrijd bij de Volmolen in Waalre

Slalom in Nederland

In Nederland is de slalomsport pas rond 1960-1970 echt bekend geworden. Met name in Noord Brabant zijn kanoverenigingen waar de slalomsport beoefend wordt. In de leeftijd van 8 tot 60 zijn er ongeveer 100 tot 150 kanoërs die de slalomsport beoefenen. Clubs zijn vaak een mix van leeftijden waar iedereen met groot enthousiasme en teamspirit de sport beoefend.

Nederlandse slalomvaarders hebben een grote handicap: er is nauwelijks wildwater in Nederland te vinden. Met grote regelmaat traint men dus in onder andere Frankrijk en Duitsland. Aansprekende overwinningen op Europese-, wereld-, en olympische kampioenschappen zijn tot op heden dan ook beperkt gebleven. Desondanks behoorde Nederland in het olympische seizoen 2004 bij de heren tot de top 5 van landen in de wereld. Met de huidige trend zal aantal aansprekende internationale prestatie dan ook toenemen.

Op de 5 Nederlandse wedstrijden (Holland Cup) wordt vaak kunstmatig een kleine stroming gecreëerd. Het Nederlands kampioenschap is lang gehouden op de phyranja in attractiepark de Efteling. In 2006 is het NK in Zoetermeer gehouden. Hiermee werd tevens dit kunstmatig wildwater complex (Dutch Water Dreams) officeël in gebruik genomen. Deze wildwaterbaan is gelijk aan die van Peking (OS 2008) en behoort tot de moeilijkste de meest uitdagende banen van de wereld. De baan betekent een ideale trainingsmogelijkheid voor de Nederlandse slalommers en kan een belangrijke stimulans voor de Nederlandse slalomsport gaan betekenen.

Bronnen