
Deze wedstrijden werden gekenmerkt door de basis van de slalomsport: het vermogen om op wildwater te varen. Het slalomvaren was een manier om vaardigheden op wildwater rivieren te trainen. Zo kende de sport tot in 1957 een hindernis welke bestond een rij van palen dwars over het water. Dit moest een ongevallen boomstam voorstellen welke de vaarweg gedeeltelijk blokkeerde. De vaarder moest hier omheen manoeuvreren (achteruit traverseren!).
Naast dat slalomsport geëvolueerd zou zijn uit het trainen van wildwater vaardigheden is er nog een andere overleving. Europese skieërs zouden namelijk geïspireerd zijn door de slalom discipline die deze sport kent. Hierbij bepalen poortjes ook de te volgen lijn. Als de sneeuw begon te smelten en de waterstand te stijgen, kon men zo mooi de overstap maken van skieën naar kanoën. Wat precies de waarheid is blijft onduidelijk. De meeste bronnen gaan echter uit van de ontwikkeling van wildwater varen naar de wedstrijd slalom van vandaag.
In de periode na de tweede wereldoorlog groeide de slalomsport moeizaam door tot een mondiale sport. Na enkele omwegen werden uiteindelijk internationale reglementen opgesteld en in 1972 was kanoslalom een demonstratiesport op de olympische spelen. Sinds 1992 is het een vast onderdeel van de zomerspelen en is slalomvaren een topsport op het allerhoogste niveau.
(Apple Quicktime 7
of hoger benodigd)
De poorten mogen niet aangeraakt worden. Bij het tikken van een paal worden 2 strafseconden toegekend. Het missen of verkeerd bevaren (bijvoorbeeld verkeerde vaarrichting) van een poort krijgt de vaarder 50 strafseconden. Het parcours moet tweemaal afgelegd worden waarna de twee vaartijden samen met de strafseconden de eindtijd vormen.
Op de site van de International Canoeing Federation kun je het volledige internationale reglement nalezen.


C1

C2

Ploegen
In Nederland is de K1 klassen veruit de meest beoefende tak. De C1 en C2 klassen worden in Nederland sporadisch en (nog) niet op topniveau beoefend.
Traditioneel zijn de oost Europese landen sterk. Duitsland, Tsjechië en Slowakije zijn landen die consistent hoog eindigen. Ook Frankrijk en Engeland zijn van vroeger uit sterk. Amerika en Canada doen sinds enkele decennia ook mee op het hoogste niveau. Nederland behoorde in het olympische jaar 2004 tot de top 5 landen (heren K1).
Het is niet ongebruikelijk dat de top tien bij wedstrijden binnen enkele seconden van elkaar finisht. Het aanraken van een poort (2 strafseconden) of een kleine afwijking van de ideale route kunnen dus grote gevolgen hebben. De sport is dus ook ongemeen spannend. De wedstrijdkanoër moet desondanks een zeer hoog concentratie niveau hebben om technisch perfect te presteren. Het psychische aspect van de wedstrijd sport weegt dan ook uitzonderlijk zwaar binnen het slalommen.
Inmiddels zijn Carbon (koolstof) en Kevlar de belangrijkste bouwmaterialen voor boot en peddel. Een K1 kano is minimaal 3,50m lang, 50cm breed en weegt minimaal 9kg. Prijzen voor een nieuwe slalomboot variëren van 600 tot 1500 euro.

Nederlandse slalomvaarders hebben een grote handicap: er is nauwelijks wildwater in Nederland te vinden. Met grote regelmaat traint men dus in onder andere Frankrijk en Duitsland. Aansprekende overwinningen op Europese-, wereld-, en olympische kampioenschappen zijn tot op heden dan ook beperkt gebleven. Desondanks behoorde Nederland in het olympische seizoen 2004 bij de heren tot de top 5 van landen in de wereld. Met de huidige trend zal aantal aansprekende internationale prestatie dan ook toenemen.
Op de 5 Nederlandse wedstrijden (Holland Cup) wordt vaak kunstmatig een kleine stroming gecreëerd. Het Nederlands kampioenschap is lang gehouden op de phyranja in attractiepark de Efteling. In 2006 is het NK in Zoetermeer gehouden. Hiermee werd tevens dit kunstmatig wildwater complex (Dutch Water Dreams) officeël in gebruik genomen. Deze wildwaterbaan is gelijk aan die van Peking (OS 2008) en behoort tot de moeilijkste de meest uitdagende banen van de wereld. De baan betekent een ideale trainingsmogelijkheid voor de Nederlandse slalommers en kan een belangrijke stimulans voor de Nederlandse slalomsport gaan betekenen.